Een verhaal van vooruitgang


In de vorige eeuw, begin de jaren zestig, begon mijn grootvader Maurice Van Hecke met veel enthousiasme aan de teelt van appelen en peren. Mijn vader Daniël breidde met passie het bedrijf verder uit en ikzelf heb dan de fakkel overgenomen. Door de jaren heen is er veel veranderd. Niet enkel kwamen er nieuwe rassen op de markt, ook de teeltmethodes maakten een enorme evolutie door. Vooral op het vlak van de gewasbescherming is dit duidelijk. Vroeger mocht zowat alles. Tegenwoordig echter zorgen reglementeringen en wetten ervoor dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beperkt en streng gecontroleerd wordt.

Ons fruit wordt nu sinds meerdere jaren geteeld volgens de lastenboeken van ‘Vegaplan standaard’ en ‘Globalg.a.p'. Twee reglementeringen met richtlijnen die bij wet zijn vastgelegd. Om aan dit lastenboek te voldoen moet men de richtlijnen opvolgen en zich laten controleren door een erkend controleorganisme (bij ons is dit TUV Nord, een onafhankelijk controleorganisme, erkend en onder toezicht van het Departement Landbouw, FAVV). Dit lastenboek legt oa. het gebruik van pesticiden aan banden. Enkel selectieve producten, indien er geen biologische alternatieven zijn, mogen ingezet worden. De fruitteler moet zoveel mogelijk gebruik maken van in de natuur aanwezige ‘bestrijdingsmiddelen’.

Enkele voorbeelden zullen dit vlug duidelijk maken:

Lieveheersbeestje Lode Van De Velde Iedereen kent wel het lieveheersbeestje. Dit kevertje is voor de fruitteler een heel nuttig diertje, want het leeft vooral van bladluizen. Daarnaast worden in onze jonge appelaanplantingen ook roofmijten uitgezet. Deze diertjes jagen op bepaalde schadelijke mijten zoals rode spin en roestmijt. Deze schadelijke mijten zuigen net zoals bladluizen het sap uit de bladeren. De roofmijten zorgen ervoor dat deze schadelijke mijten niet de kans krijgen om zich uit te breiden. De bladeren worden niet leeggezogen en behouden hun frisgroene kleur en vitaliteit. De bomen blijven in een optimale conditie zodat we elk jaar appelen van uitstekende kwaliteit kunnen telen.

In de perenaanplanting is de grootste boosdoener de ‘perebladvlo'. De larven van deze vlo zuigen ook de bladeren, en zelfs de bloemen leeg en scheiden honingdauw af. Op deze kleverige stof ontstaat dan roetdauw, een zwarte schimmel, waardoor de vruchten onverkoopbaar worden. Om dit te voorkomen rekenen wij op de roofwantsen. Deze insecten komen vrij in de natuur voor. Tijdens de herfst en de winter verblijven zij in hagen van inheemse boomsoorten zoals els, vlier, hazelaar en haagbeuk. Deze hagen hebben we rond al onze percelen aangeplant. De roofwantsen komen in het voorjaar de percelen massaal binnengevlogen op zoek naar voedsel. De eieren en kleine larven van de perebladvlo zijn hun favoriete menu. Deze nuttige insecten blussen als het ware perebladvlohaarden en worden bijgevolg de brandweermannen van de perenteelt genoemd. In de zomermaanden rekenen we vooral op de oorwormen.

Steenuil Lode Van De Velde Schadelijke insecten kunnen ook opgeruimd worden door vogels. Voor insektenetende vogelsoorten zoals kool- en pimpelmeesjes, roodstaart en vliegenvanger werden er nestkastjes opgehangen in de boomgaard, gemiddeld een zestal per hectare. Als één op de drie nestkastjes bewoond is, levert dit goede resultaten op. In de winter zorgen deze vogeltjes voor de ‘grote kuis’. Ze vliegen van tak tot tak, ijverig op jacht naar insecten die zich tussen de schorsspleten verbergen en daar overwinteren. In de lente en zomer, als ze veel energierijk voedsel nodig hebben voor hun hogerige kroost, helpen ze om opkomende rupsenplagen te onderdrukken.

Naast insecten kunnen ook muizen en ratten schade toebrengen aan appel- en perebomen. Deze knaagdieren kunnen eveneens op natuurlijke wijze bestreden worden. Zo werd er in de zomer van 2000 in onze boomgaard op een hoge paal, een grote nestkast voorzien voor de torenvalk. In het volgende voorjaar heeft een koppel torenvalken zich hierin voor de eerste keer genesteld. Ook voor de steenuiltjes werden er speciale nestkasten opgehangen door Natuurpunt. Deze beide vogelsoorten zorgen ervoor dat vooral de muizenpopulaties in evenwicht blijven. Aldus wordt op biologische wijze knaagschade aan de fruitbomen vermeden.

De bemesting is een kritisch punt in het lastenboek. Er mogen niet zomaar onbedachtzaam kunstmeststoffen rondgestrooid worden. Regelmatig worden er grond- en bladstalen genomen om de verhouding tussen de verschillende voedingselementen te kennen. Op basis van deze gegevens wordt een gefractioneerde en doelgerichte bemesting uitgevoerd. Zo wordt de bodem en het grondwater minimaal belast met meststoffen. In de fruitteelt worden meststoffen ook rechtstreeks op het blad toegediend. Het belangrijkste voordeel hiervan is dat, naast het snellere effect, veel minder meststof vereist is. Minder meststof betekent minder negatieve invloed op het milieu. Via de druppelbevloeiing wordt er water en meststoffen meegegeven om de plant in optimale conditie te houden.

Torenvalk Lode Van De Velde Ik hoop dat deze voorbeelden het concept van de milieubewuste fruitteelt duidelijker hebben gemaakt. Als u een beetje tussen de regels leest, kunt u opmerken dat het niet erg is als er een lage populatie aanwezig is van schadelijke insecten. Door hun aanwezigheid trekken zij de aandacht van de natuurlijk aanwezige nuttige insecten (lieveheersbeestjes, gaasvliegen, oorwormen, roofwantsen, roofmijten, …). Op deze wijze wordt vlugger een evenwicht in de boomgaard bekomen. Rechtstreeks gevolg: minder gebruik van bestrijdingsmiddelen en dus minder druk op het milieu. Het is niet de bedoeling dat deze schadelijke insecten volledig verdwijnen uit de boomgaard. Het hoofddoel is een evenwicht te creëren tussen alle nuttige en schadelijke dieren, zowel insecten, vogels als zoogdieren. Dit evenwicht is heel fragiel en soms ontstaat er toch een plaag. Het is de taak van de fruitteler om de evolutie van de plaag in kwestie goed op te volgen en enkel en alleen op het juiste moment (vb. bij massale ontluiking eieren, aanwezigheid van veel jonge larven) een behandeling uit te voeren. Het lastenboek staat enkel het gebruik van selectieve producten toe (vb. enkel werkzaam tegen bladluizen). Elke behandeling moet worden geregistreerd. Kort voor de pluk (onaangekondigd) worden blad- en vruchtstalen verzameld door het controleorganisme. Deze worden in het labo getest op aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Als er sporen worden gevonden van middelen die niet toegestaan zijn in de milieubewuste fruitteelt, dan volgen er zware sancties. Wij hebben er dus alle belang bij om fruit te produceren dat voor 100 % voldoet aan de richtlijnen van het lastenboek.

Zoals u ziet kunnen we door optimaal gebruik te maken van onze, in de natuur aanwezige, ‘vrienden’ héél lekker en gezond fruit produceren!